Krantenartikel: Vecht Amstel en Rijnstreek
(ongesigneerd)
9-1-97
De objecten in de vitrines lijken op het eerste gezicht
gewone voorwerpen uit het dagelijkse leven.
Pas bij nader bekijken blijkt er "iets" mee te zijn.
Het zijn de stoffelijke weergaven van de denkbeelden van de kunstenaar,
antwoorden op vragen die hij zich stelt.
Voor de nietsvermoedende toeschouwer kan een hint inzake die vragen geen kwaad.
Zo zijn er de twee rode keteltjes,
die Ante Wessels associeerde met competitie:
met hun tuitjes probeert de een hoger te komen dan de ander.
Die overheersingsdrang leidt er toe,
dat de tuitjes dichtgeknepen raken.
Voor hun oorspronkelijke functie zijn de keteltjes niet eens meer geschikt.
Zo gaat het met mensen ook: de drang naar hoger, verder en meer maakt,
dat men het oorspronkelijke doel uit het oog verliest.
Van geheel andere orde is het object "De Schepping"
dat bestaat uit een gedecoreerd schaaltje met vijf stenen.
De Tibetanen menen, dat de schepping is voortgekomen uit vijf kleuren.
Wessels zocht die vijf kleuren in vijf ruwe mineralen
en plaatste die in een schaaltje met afbeeldingen van blaadjes (natuur).
De kleurentheorie laat zich tot in het absurde doorvoeren:
zie de vijf paar sokken.
Zo blijkt er ook in de schepping iets grappigs te zitten.
De zinken emmer met daarin twee kinderschoentjes
heeft te maken met binnen en buiten en met het kind in jezelf.
De harde wand biedt het kind bescherming
maar maakt ook het kind later onzichtbaar.
Ante Wessels dringt zijn associaties niet op;
ieder is vrij te associeren en te denken
over de betekenis van zijn objecten.
(...)